Bokkenrijders en hun afstammelingen |
Coumans
|
Joannes Catsberg jr Jan Schorens |
Daem Coumans (hypothese: wordt gedoopt 6 sept. 1680 in Schinnen als Damascenus, zoon van Franciscus en Cornelia Cordeweners). Hij woont in de bank Schinnen, vermoedelijk in Heijsterbrug. Zijn huwelijk of gezinssituatie is nog een raadsel. Cornelia Bonnefarst is 29 maart 1746 in Schinnen begraven als echtgenote van Daem Coumans en wordt dan 'pauper' ofwel arme genoemd. Op 21 sept. 1747 begraaft men daar Adamus Coumans, man van Eva Cremers, uit Heijsterbrug, die gestorven is aan de dysenterie. Daem wordt in bekentenissen van anderen genoemd als medeplichtige bij overvallen, bijvoorbeeld door Joannes Catsberg jr* 8 nov. 1743 en op 2 dec. door Jan Schorens*. Vervolgens is hij voortvluchtig, maar er zijn geen concrete maatregelen om hem te vervolgen bekend. Opmerking: Ook zijn neef Dijrck (Theodorus) Coumans de jonge uit Hegge is genoemd als medeplichtige, eveneens zonder merkbare gevolgen. Deze neef heeft tijdens de processen van 1750 en volgende jaren zitting in de schepenbank van Schinnen. |
ZIE VERDER:
— Documenten: in Scherp examen Joannes Catsberg jr. 8 nov. 1743
..........In: Verhoor onder foltering van Jan Schorens 2 dec. 1743
— LIT. - H. Pijls 'De Bokkenrijders met de dode hand' (1924) p. 19, 29/32, 37, 46 *
...- A.Blok 'De Bokkenrijders' (1991) p. 260 [bekende gegevens]
...- F. van Gehuchten 'Bokkenrijders. De schande van Limburg II' (2014) p. 255
...- R. van Lieshout ‘Bokkenrijders in Zuid-Limburg' 'Deel II (2020)' p.147/9, 186/8, 'Deel III (2020)' p. 246.
–– * Klassieke literatuur over Bokkenrijders online