DOCUMENTEN BOKKENRIJDERS


PROCESSTUKKEN

Entree            Documenten            Processtukken          Inspecties van buiten

Karel van Lotharingen aan de Procureur-Generaal van Brabant
Brussel, 26 okt. 1774 Ė Algemeen Rijksarchief te Brussel Ė OFB 1289

 


Dierbare en welbeminde    Overwegende de verschillende verslagen die u bij ons heeft ingediend over de inlichtingen die u heeft ingewonnen in de provincie Limburg, ter uitvoering van onze opdracht van 4 juli laatstleden betreffende de bende van booswichten die sinds verscheidene jaren een deel van die provincie teisteren en de aangrenzende Landen, willen wij u aangeven, dat wij daarin met betrekking tot dit onderwerp geen enkele poging vinden, om met de vorsten van de buurstaten gemeenschappelijke maatregelen te nemen ter uitroeiing van die bende, en dat het onze intentie is deze verder te vervolgen, conform de wetten van het Land, en voor de verschillende rechters te brengen allen die al in staat van beschuldiging zijn of nog gesteld kunnen worden als leden van die bende.
  Dien ten gevolge dragen wij u op bekend te maken aan de Thielens en Ernst, belast met juridisch advies te geven in de processen die voorbereid worden tegen deze medeplichtigen, in de Landen van Overmaze, dat het voorlopig verbod dat u heeft afgekondigd, krachtens onze aanwijzing van 4 juli, tot nader order om te veroordelen tot de tortuur of tot de dood, nu is opgeheven.
  U zult hen tegelijk gelasten, Onzerzijds dat zij zelf de taak hebben de tortuur bij te wonen, in alle gevallen waar zij die nodig bevonden hebben, en u zult allen die het aangaat van deze beschikkingen verwittigen.
  U zult bovendien aan de genoemde advocaten bekend maken, dat zij u nauwkeurig informeren over alle gerechtelijke beschikkingen waartoe zij zullen aanraden, evenals over de oordelen en de vonnissen die zij aandragen tegen enkele medeplichtigen van de bende, door u een samenvatting te sturen van de feiten en omstandigheden betreffende elk van hen, ten einde door deze maatregel altijd in het oog te kunnen houden wat er gebeurt op dit gebied en Ons ter kennis te brengen wat de aandacht verdiend.
  Wat betreft de vader en zoon genoemd Briers uit het dorp Dormael in Brabant, beschuldigd door gearresteerde medeplichtigen in het Land van Luik, zult u de nodige inlichtingen ten laste van hen inwinnen door de officier van die plaats, nadat de Drossard van Alken u een aanvulling zal hebben gestuurd op de brief die hij u al heeft geschreven, met behoorlijke verduidelijkingen van de details van deze beschuldigingen, en u zult hetzelfde doen betreffende de beschuldigden uit Amstenrade en Simpelveld.
 En wat betreft de gevangene in Amstenrade, opgeŽist door de Hollanders, verwittigen Wij u dat bij ambtsbericht van heden de Staten van de provincie Limburg verzocht hebben, niet alleen om in te stemmen met de uitlevering van deze man, maar ook in het algemeen van alle buitenlandse leden van de bende waarover het gaat, die in de toekomst zouden kunnen worden aangehouden en deze provincie en opgeŽist door hun rechters.
  Tenslotte verwittigen Wij u dat Wij order gegeven hebben waar dat gepast was, opdat men zes invaliden in Alsdorf detacheert om daar de gevangenen te bewaken op dezelfde manier als in Herzogenrath, waarvan u mededeling zult doen aan de Burgemeester en Regenten(?) van dit Alsdorf.
  Tot zoverre, dierbare en welbeminde, moge God en zijn heiligen u behoeden.
  Brussel 12 oktober 1774
  Charles de Lorraine

 

 

Naar boven 

 

EMAIL

 





















 

INHOUD

Afstammelingen van Bokkenrijders

ENTREE

Verzameld door John van Eekelen
Tekeningen © Maaike van Eekelen

REGISTER