DOCUMENTEN BOKKENRIJDERS


PROCESSTUKKEN

Entree            Documenten            Processtukken            Vonnissen

Klacht en Conclusie tegen Mathijs Sengen 15 juli 1773
Rijckheyt Heerlen ē Schepenbank Heerlen 1168a


 




.......Clagt en Conclusie
.............................Voor
Den Weled. Gestr. Heer L.G.
Farjon Lt. Hoog Drossard
dezes Lands nomine
officij Clager
...................... Tegens
Matthijs Sengen gedetineerde
en Beklaegde


 

 

  ¶|
 Den voors. heer Clager sal tot fundament der Conclusie in pede deeses te neemen seggen, deduceeren en in facto verum stellen het naervolgende on der alle salvis etc.

1
Dat hoe seer  den beklaegde sig bij d'Eerste verhooringe, examinatiŽns, en daerop gevolgde Confrontatie met eene enkelijke negative heeft tragten te behelpen

2
Dog naderhand Bij Responsiven onder Scherper Examen in dato den 25 meij en daerop volgende legaele recollectie van den 28 daer aen volgende deezes jaers heeft moeten bekennen

3
mede te gehooren onder de Godloeze berugte bende Gaudieven

4
Dewelke zedert eenen geruijmen tijd het gantsche Land in rep en roer gestelt, afgeloopen en geplundert hebben

5
Waer door de arme ingeseetene niet alleen van haeve en goed, maer ook bij tijden van haere gesondheid en Leeven sijn worden berooft

6
Als 1/mo heeft den beklaegde geconfesseert pligtig te zijn aen de violente huijsbraake en diefstalle begaen bij Ritzen int'Panhuijs tot Wijnandsraede

7
Alwaer sij gesamentlijke Complicen gewaepent soo met stocken als schietgeweer met geweld in huijs geraakt sijnde

8
De zig daer in bevindende personen deerlijk mishandelt en van alle vind en draagbaere goederen berooft hebben

9
Waer van hij gedetineerde uijt handen van Andriesken voor zijn gedeelte vij stuijvers ontfangen en geprofiteert heeft

10
Dat hij gedetineerde al verders gewaepent als voor sig pligtig gemaekt en de maate sijner ongeregtigheid vermeerdert heeft in het besteelen en inbreeken bij den Pastor tot Heugen

11
Waer van hij gedetineerde voor sijnaendeel geprofiteert heeft twee schellingen

12
Soo als hij ook gecoŲpereert heeft aen den geweldigen Diefstal voorgevallen bij juffrouw Steijntjens op Havert

13
Alwaer gewaepent als voor het huijs in meenigte met geweld geforceert en opengebrooken heeft

14
Alles wat vinden en wegdraegen konden gestoolen en geroof hebben na voorgaende kneevelinge van enige daer in zijnde Persoonen

15
Waer van hij gedetineerde dien selfden nagt uijt handen van Andriesken ontfangen heeft voor zijn gedeelte ... ...

16
Uijt welke Confessie appareert dat den gedetineerde en beklaegde sig niet ontsien heeft te assisteeren en te copereeren aen de violente huijsbraeke, diefstal en mishandelingen gecommitteert tot Wurm

17
Alwaer na voorgaende inbreuke in huijs geraekt zijnde ter voldoeninge van hunne onversaedelijke rooflust alles wat vinden konde meede genoomen en gestoolen hebben.

18
Waer van hij gedetineerde uijt handen van Andriesken voor zijn gedeelte drije schellingen ontfangen ende genooten heeft

19

Welken gedetineerde meede niet heeft derven looggenen en ontkennen pligtig ende handdadig te zijn aan de huijsbraake en Diefstal gebeurt bij de weduwe Janssen tot Immendorf

20
Alwaer gewapent als voor in meenigte met Violentie in huijs geraekt zijnde na voorgaende mishandelinge [vergelijk corpus delicti ] die menschen alle vind en draegbaere goederen berooft hebben

21
Waer van hij gedetineerde uijt handen als voor denselven morgen twee schellingen ontfangen ende genooten heeft.

22
En Laestelijk appareert uijt deselve confessie en bekentenisse

22
Dat hij gedetineerde geassisteert, met raat en daat geholpen heeft aen den diefstal begaen tot Heugen bij Millen beneffens aan een groot aental soo vreemde als inlandse bongenooten

23
Alwaer met groot gewelt het huijs geforceert, de menschen gebonden, mishandelt, en alles wat vinden en wegdraegen konden gerooft en gestoolen hebben.

24
Waer van hij voor zijn gedeelte twee schellingen ontfangen ende geprofiteert heeft

25
Boven en behalven dat den gedetineerde nog door eene meenigte andere sijner gesellen geaccuseert en betigt word

26
Van geene geleegentheid en ongereegegtigheid te hebben laeten voorbij gaen zonder zijne godloose Daaden een teeken te hebben gegeeven

27
En nog aen verscheijde andere grove Delicten, misdaaden en huijsbraaken pligtig ende handdaadig te zijn.

28
Hoe zeer deselve halsterrig bij de respective verhooringe en examinatiŽnheeft ontkent

29
Uijt alle t'welke en t'geene verders ex actis komt te resulteeren dan klaar zijnde

30
Dat den gedetineerden sig besoedelt heeft en pligtigt staet aan ses differente gequalificeerde diefstallen met Gruwelijke mishandelinge der inwoonders

31
En een meede Lit is van het godloos vloekgespan 't welk een geruijmen tijd alhier binnen deese Landen de overhand heeft gehad.

32
En tot soo eene groote meenigte geaccresseert en aangegroeijt is

33
Dewelke in staet soude sijn geweest om gantsche Dorpen en Vlecken voor te neemen en te plunderen

34
Diensvolgens een iegelijk schrik, angst en vreese hebben aangejaegt

35
Verscheijde menschen door eenen verbooden rooflust en hebsugt geruineert en tot den beedelstaf gebracht

36
Uijt welcke diefstallen den gedetineerde geene swarigheid heeft gemaekt telkens te participeeren

37
menschen te berooven, besteelen, binden, knevelen en te mishandelen

38
Daeromme niet anders als een diergelijk booswigt en godvergeeten knevelaar kan werden geconsidereert en gestraft

39
Terwijlens diergelijke feijten in een Land van Justitie en politieniet te dulden sijn,

40
Maer andere ten exempel en afschrik met pijnelijke Dootstraffe gestraft en tegengegaan behooren te worden

41

Waeromme den Heer Clager sig ratione officij heeft verpligt gevonden om tot Laste van den Gedetineerden en beklaegden te neemen de naervolgende Conclusie,    Waer  bij

  ¶|

Concludeerende gecontendeert word, ten eijnde den gedetineerde en beklaegde bij UEdele Erentfeste Sententie mag worden gecondemneert om voorm. Crimina gecommitteert te hebben, om Gebragt te worden alwaar men gewoon is Crimineele Justite te doen, en aldaer aen den scherpregter overgeleevert zijn de anderen ter exempel en afschrik op een kruijs gebonden om van onderen op geradbraakt te worden of tot alsulke andere swaere dootstraffe als UEdele Erntfeste na bevindinge van saeke in goede Justitie ingevolge Wetten en Placaten van den Lande sullen oordeelen te behooren, met Condemnatie van den gedetineerde en beklaegde in de Costen en misen van justitie en Confiscatie van goederen, Seu alias etc. in en op alles etc.


 
....Imploreerende
....J.A. Pelt

Exhibit. den 15 Julij 1773

Naar boven

EMAIL























INHOUD

Afstammelingen van Bokkenrijders

ENTREE

Verzameld door John van Eekelen
Tekeningen © Maaike van Eekelen

REGISTER