DOCUMENTEN BOKKENRIJDERS



PROCESSTUKKEN

Entree        Documenten        Processtukken        Vonnissen

Vonnis Pieter Pieters in Geulle 4 oktober 1773
RHCL Maastricht - LvO 5722










                                     
 
   
Sententie
        in Saeke
Den Crimineelen Heer
Officier der Heerlijkheijd
Geul nomine officii
Klager
        Tegens
Pieter Pieters alias
Leemkuijken oud omtrent
twee en veertigh Jaeren
geboortigh van Geull
gedetineerde en be-
klaaghde

 



 

Visis Actis naementlijk alle Verbaelen en Decreten in Saecke gehouden en gegeven, neffens Acten en Actitaten, Informatien, Confrontatien en Responsiven van den Beklaaghden, mitsgaders Schrifturen van Klaght en conclusie door den Heer Clager ter Rolle geexhibeert, alles onder behoorlijken Inventaris gefourneert en op alles geleth en rijpelijk overwogen; insonderheijt de eijgene bekentenisse van den Beklaaghden buijten pijn en banden van ijser gedaen, en daerover gedaene Recollectie waerbij denselven heeft blijven persisteeren: uijt allen het welke is blijckende dat hij Beklaaghde sigh over eenige Jaeren geleden Schuldigh gemaekt heeft aen de Huijsbraak en Diefstal begaen ten huijse van een Jode wonende tot Elsloo alwaer hij beklaagde door een Venster uit dewelke eene ruijte was gebrooken, is ingeklommen, en in het Huijs gekoemen sijnde, uijt eene Kast in eene Kamer aldaer staande, gestolen heeft omtrent hondert Rijxdaalders contant gelt; welke kast hij met eenen Sleutel heeft geopent, die hij uijt den Sack van de vrouw van voornoemden Joode genomen hadde.
Gelijk hij beklaaghde insgelijx bekent heeft omtrent ses Jaeren geleden ten huijse van Arnold Masen huijsbraak te hebben gedaen, en uijt gemelte Huijs twee vaten Koorn, twee of drije Suijlen neffens een Schoenmaekers Tange en eenigh Leer gestolen te hebben. Sijnde hij beklaaghde in het selve Huijs gekoemen nae dat alvorens een gat in den Want van de Schuer gebroken hadde.
Vervolgens heeft hij beklaaghde bekent plightigh te wesen aen de Huijsbraak en Diefstal begaen ten huijse van Boerjan alias Jan Bours tot Geul. Alwaer hij des Naghts door eene aghterdeure van den Stal in huijs gekomen sijnde, gestolen heeft, een Stuck Speck, twee Schenken benevens eenige hemden en omtrent aght Schellingen aen gelt.
Soo als hij beklaaghde omtrent twee Jaeren geleeden ten huijse van Reijnier Janssen te Geul mede bekent gestolen te hebben een Schenk en twee Cahotten Oortjens; hebbende hij beclaaghde alvorens de Huijs Deure met een Gaffel opengebrooken.
Dat verders hij beklaaghde sigh onder eene Bende Gaeuwdieven geengageert hebbende, sigh verbonden heeft met een Sogenaemden Eed, die hij gedaen in seekere Capelle bij Schaadsberg in een Bosken gelegen. Alwaer hij beklaaghde nae alvorens God afgesworen, en den Duijvel toegesworen te hebben, sigh heeft versworen om met de verdere Complicen te steelen, moorden en Branden en geene van sijne Complicen te ontdecken, en in de handen van Justitie geraekende alle Tourmenten uijt te staen, en ingevalle door de pijne genoodsaakt wiert sijne Euveldaden neffens de Complicen te moeten noemen, alsdan ter plaatse van Executie alles werderom te herroepen.
Dat hij beklaaghde alverders bekent heeft plightigh te sijn aen den violenten Diefstal en Huijsbraak begaen ten huijse van Walraven in de Maasbant over omtrent seventhien Jaeren geleden, alwaer hij beklaaghde aen de Barriere van de Weijde op Schiltwaght gestaen heeft.
Verders heeft hij Beclaaghde bekent schuldigh te wesen aen de geweldigen Diefstal en Huijsbraak gepleeght ten huijse van Martinus Schröders aen de Hand over omtrent Elf Jaeren geleeden alwaer hij beklaaghde omtrent een Scheutweghs van het Huijs op Schiltwaght gestaan heeft.
Al mede heeft hij beklaaghde bekent hantdaedigh geweest te sijn aen den Diefstal over omtrent drije Jaeren geschiet bij den Pastor tot Heugem in het Gulickerland. Alwaer denselven op Schiltwaght gestaen heeft, en nae den begaenen Diefstal hem een Kleijn packje gegeven is, waerin eenige hemden, een een paar Koussen.
Wijders heeft den beklaaghden bekent geassisteert te hebben bij de Huisbraak begaen bij de Juffrouwen Steyntjens tot Havert mede omtrent drije Jaeren geleden. Alwaer, naedat het Huijs door desselfs Complicen met een ijseren Hefboom was opengebrooken, hij beklaaghde in gemelte Huijs met eenige Complicen is gegaen, en siende dat sijne Complicen Sterk genoegh waeren om den Diefstal te volvoeren, wederom terugh gekeert is, tot aen de Weijde, alwaer hij den overigen Tijd op Schiltwaght gestaen heeft.
Insgelijx heeft den beklaaghden bekent present geweest te sijn bij eene Huijsbraak en Dieftal begaen tot Schinnen bij eenen Tapper wonende bij de Kerk, alwaer hij Beklaaghde is worden op Schiltwaght gestelt.




  Verders heeft den beklaagde bekent geassisteert te hebben bij den Huijsbraak
en Diefstal gepleeght bij Ritsen in het Panhuijs over omtrent Elf Jaeren
geleeden, bij dewelke hij insgelijx op Schiltwaght gestaen heeft.
Mede heeft denselven bekent geassisteert te hebben bij de Huijsbraak en
Diefstal begaen bij Campo aen het Nieuwhuijs gelegen aghter Schimmert, bij
dewelke hij mede op Schiltwaght gestaan heeft.
Insgelijx heeft hij Beklaagde bekent ook geassisteert te hebben aen de
Huijsbraak en Diefstal begaen aen een Huijs gelegen in Heerle aen de linker
zijde van het Dorp inkomende van Valkenborgh nae Heerle, waervan de
Inwoonders hem onbekent sijn, alwaer hij mede op Schiltwaght gestaen heeft.
Alnogh heeft hij beklaagde bekent te hebben geassisteert bij de Huijsbraak en
Diefstal gepleegt ten huijse van seeckeren Louis tot Obbight, alwaer denselven
ook een Scheutweghs van het Huijs op Schiltwaght gestaen heeft.
Voorts heeft den beklaagden bekent ook geassisteert te hebben bij den Diefstal
en het Steelen van eene Koeije aen een Huijs gelegen bij Hoensbroek omtret
twee off drije Jaeren geleden.
Van welke boven genoemde Diefstallen hij beklaagde bekent heeft in de
gestolene goederen geparticipeert en genoten te hebben.




  Eijndelijk heeft hij beklaagde bekent plightigh te wesen aen het Tentamen van den Diefstal, die hij nevens sijne Complicen getraght heeft te ondernemen aen een plaats omtrent vier uijren aghter Sittart gelegen, en soo als hij vermeent te Roerdorp. Alwaer hij Beklaaghde op Schiltwaght staande gewaarschouwt wiert, dat die naght aldaer niets te doen was.






En alsoo diergelijke Verbintenissen en gepleeghde Euveldaden, Diefstallen en Huijsbraeken sijn Feijten, die in een Land van goede Justitie en Politie niet konnen worden getolereert, maer andere ten Exempel en afschrick behoren tegengegaen en gestraft te worden.
Soo ist dat Scheepenen der Heerlijkheijd Geul Lande van Valckenborg partagie van haer Hoogh Mogende, in naeme van hun Hoogh Mogende de Heeren Staaten Generaal der Vereenighde Nederlanden ter manisse van den Heer Eerste Presideerende met assumtie van een onpartijdigh Reghts Geleerde Reght doende:
Condemneeren den Beklaaghde om gebragt te worden ter plaatse daer men gewoon is binnen dese Heerlijkheijd Crimineele Justitie te doen, en aldaer aen den Scherpreghter overgelevert sijnde, door denselve met de Koorde te worden gestraft, dat er de Dood nae volght, en dat voorts sijn doode Lighaem in een Keten geklonken aen de Galge sal blijven hangen. Met Condemnatie van den beklaaghde in de kosten en misen van Justitie ter onser Taxatie en moderatie. Nae aftrek van welke sijne verdere goederen sullen wesen geconfisqueert.
Aldus gesententieert in Judicio Extraordinario den Vierden October Seventhien hondert drije en Seventigh Coram omnibus Dominis Scabinis dempto Brull








                    M. Corstius Scab.
                    J.H. Eichholz Scab.
                    Hubert Nolens
                    J. Cazaux
                    S. Armand
                    J. Breberius Van Dijck





     met assumptie van mij ondergeschrevene
         A.G. Pillera






  Dese Sententie is op den 8 October 1773 nae voorgaende Klockengeluij gepronuntieert binnen de Heerlijkheijd Geul des voormiddaghs, voor de Brugge van het Casteel aldaer, aen den Dorpwegh, waer nae deselve immediaet is worden ten uijtvoer gebroght op de Limiten deser Heerlijkheijd op den Bergh nae de kant van Elsloo ten overstaen van den Heer Crimineelen Officier en Gereghte deser Heerlijkheijd.










EMAIL

Naar boven








































INHOUD

Afstammelingen van Bokkenrijders

ENTREE

Verzameld door John van Eekelen
Tekeningen © Maaike van Eekelen

REGISTER