DOCUMENTEN BOKKENRIJDERS


PROCESSTUKKEN

Entree        Documenten        Processtukken        Vonnissen

Vonnis van Herman Keybets op 23 december 1744

Stadsarchief 's Hertogenbosch Archief Schepenbank 43


     

 

 


   

Hermanus Keijbits

 


        
   
 

Alsoo Herman Keijbits, althans oud agtien jaren, gebooren tot Herle, en gewoont hebbende tot Nieuwenhage onder de Banck van Herle in den
Lande van Valkenburg, Partage van haar Ho: Mog:,
en Gevangene op deser Stads Gevangenepoort , aan Heeren Schepenen der Hoodstad 's Hertogenbosch
vrijwillig, buyten pijn, en banden van eijzer,
heeft bekent, en beleden, en ook andersints ge-
bleeken is, dat hij is geweest onder de bende van
de fameuse dieven, en rovers, die tot hare Hoofden
heeft gehad Michiel Aarts, en de Afdoenders van Hoensbroek; Dat hij gevangene by de dieveryen, knevelarijen, en geweldenaryen, door de onderhorige
van die bende gepleegt, verscheyde malen tegenwoordig
is geweest, en op schildwagt gestaan heeft: Als

Eerstelijck bij den inbraak, en dieverije, gepleegt aen
den Nieuwen Hof ter Waarde onder de Banck van
Ubach, Lande van 's Hertogenrade, voorgevallen in
den vasten-avond des jaars 1700, een en veertigh;
Dat hij Gevangene, een stock in de hand hebbende,
als doen in den hof, of daar ontrent op schildwagt
gestaan heeft, wanneer syn Complices in het voor-
schreve huijs sijn gebrooken, en aldaar tarwe, rogge,
en verckens-vleesch gestolen hebben, van welcke
gestoolene goederen hy Gevangene voor zijn aandeel
genooten heeft twee schellingen:

Ten tweede, by de geweldenaryen, en dieveryen,
geperpetreert aen de Pastorije van den Marienberg,
voorgevallen den twintigste Februarij 1700. twee
en veertig, wanneer die van de Bende in huijs ge-
koomen, en veele goederen daer uijt gestoolen heb-
ben, En dat hij Gevangene voor syne aanparte gepro-
fiteert heeft een Blaauwmuijser:

Ten derden, by den inbraak, en geweldenarijen, be-
gaan ten huijse van Anna Sypescooten, Weduwe
Willem Ploum, tot Twebrugge voorgevallen op
den seventiende Augustij 1700. twee en veertigh;
Dat hij Gevangene agter voorschr. huijsinge met
een stock in de hand als doen wederom op schild-
wagt gestaan en voor zijne adsistentie ontfangen
heeft ses Aaker-merck.

Ten vierden, by den inbraak, knevelarijen, en dieverije,
begaan ten huyse van Jan Esgers in de Magerauw
onder de Bancke van Mercksteijn, Lande van 's Herto-
gerade, voorgevallen den agtiende Januarij 1700. twee
en veertigh, alwaar zyne Complices met gewelt het
huijs zijn ingebrooken, de luijden zeer mishandelt, som-
mige van die gebonden, en de vrouw, en de meijd in den
kelder geworpen, en wijders daar uijt veele goederen ge-
stoolen hebben; Dat hij Gevangene ter dier tyd al we-
derom met een stock voorsien synde, aen een straat
op schildwagt gestaan, en dat van Johannes den
Dock voor sijn portie ontfangen heeft drie Blaauw-
muijzers;

Ten vijfde, by den inbraak, en dieverije, begaan ten huy-
ze van Johannes Toeren te Ritzervelt onder de banck
van Mercksteijn, Lande van 's Hertogenrade, voorge-
vallen in de maand Augustij des jaers 1700. een en
veertig; Dat hij Gevangene met Hendrik Potjes op
een hoeck van een straat op schildwagt gestaan
heeft, terwijl zijne Complices het huijs inbraken, en
veele goederen daar uyt gestolen hebben; en dat hy
Gevangene voor het adzisteren van deze dieverye
geprofiteert ende genoten heeft vijf stuyvers.

Ten sesden, by den inbraak, geweldige dieverije, en
knevelarije, geperpetreert aan het huijs van Jan
Cuijlaarts op de Lugt onder de Banck van Herle,
voorgevalle den tweede July 1700. twee en veertig,
terwijl zijn Complices de luyden aldaer mishandelden,
en goederen gestoolen hebben, als wanneer al we-
derom op schildwagt gestaan, en voor sijn aendeel
in het gestolene genooten heeft eene stuyver, ende
drie blauwmuijzers Hollandsch gelt;

Ten sevende, by het gewelt, rooven, en steelen, be-
gaan aan het huijs van Mattijs Koeckelkoorn aen
den Stegel onder Herle, voorgevalle op den ses-
tiende October 1700. een en veertigh, als wanneer
hij Gevangene op schildwagt gestaan heeft, terwijl
syne Complices veele goederen gerooft, en gestoolen
hebben, die hij Gevangene mede heeft helpen dragen
nae de huyzinge van Michiel Aarts, en dat van
Johannes den Dock daar voor ontfangen heeft
twee schellingen;

Ten agsten, by den inbreuck, en dieverije op den
een en dertigste Maij 1700. twee en veertig ge-
pleegt aen het huijs van Aart Luijtgens, wonende
in de Bancke van Herle, als wanneer hij Gevangene,
een stock in de hand hebbende, agter het huijs in
den Bogaard op schildwagt gestaan heeft, terwijl
sijne Complices het huijs ingebrooken sijn, en daer uyt
verscheydene goederen gestoolen hebben, die hij Gevan-
gene wegens de duijsternisse niet heeft kunnen zien
en dat hy Gevangene voor zijne adsistentie wegens de
gestolene goederen xxxx xxxxxx xxxxxx ontfangen heeft
een Blaauwmuijzer.

Ten negende, by de dieverije, begaan aen de voerkar
van Matthijs Deelen, en Arnoldus Princen, voor-
gevallen den eerste December 1700. een en veer-
tig; dat de voorschr. kar geladen staande in
de Pas op den Ligtenbergh voor het huijs van Hen-
drick Dautzenberg onder de Heerlykheijt van
Schaasbergh, hij Gevangene met zyn Stiefvader
Johannes van den Essche onder meer anderen een der
gener is geweest, welcke de kar hebben beklommen,
en de touwen, waer mede de opgeladene goederen wa-
ren gebonden, los gemaakt, en gestoolen heeft;
dat die goederen eerst zijn verbragt nae het huijs
van Jan Ritservelt, met des Gevangenes Stiefvader
voornoent onder een dack wonende, en vervolgens
aan een Jood tot Herle verkogt:

Alle het welck want zaken zijn, die in een land
van justitie, en goede politie niet kunnen nogh
mogen geleden, maar, andere ten exempel gestraft
moeten worden; soo is het, dat Mijn Heeren Schee-
penen der Hoofdstad 's Hertogenbosch, op alles
hebbende gelet, waer op eenigsints te letten ston-
de, en particulier reguard genomen zijnde op des
Gevanges jonge jaren, als tijde van voorschrevene
adsistentie, en dieverije alleenlijk bereijkt heb-
bende den ouderdom van vijftien, en sestien jaren, als
meder dat als doen nog was onder het bestier, en gezag
van zijn Stiefvader, welcke een uyt de voorschreve
Bende was, en alhier op den zeventiende September
laastleden met de koorde gestraft is, dat er de dood
navolgde; wijzen en verklaren voor regt, dat den Ge-
vangene sal worden gebragt ter plaatse, alwaer
men alhier gewoon is de executie van de Criminele
justitie te doen, en aldaer door den Meester van den
Scherpe geregte met een strop om zyn hals strenge-
lijk gegeeselt te worden, en bannen den selven
voor altoos uijt de Stad, en Meijerije van 's Herto-
genbosch, uyt welke Stad hij Gevangene aenstonts,
en uijt de Meijerije van dien binnen den tijd van
tweemaal vier en twintig uuren sal hebben te
vertrekken, en daar uijt ten eeuwigen dage te
blijven, op pene dat den Gevangene, daer weder in-
komende, swaerder aan den lijve sal worden gestraft:
Den selven Gevangene tot het geen voorschreven is,
mitsgaders in de kosten van regt, en misen van
justitie condemnerende. Actum den drie en twin-
tigste December 1700. vier en veertigh. Praesenten
de Heeren Mr. Jacob Massing, President, Leonard
Jan Smits, Mr. Hendrick Jan van Breugel, Johan
Philip van Eijs, Arnoldus Versfelt, Jacob van Brant
wijck, Mr. Frans van Heurn.

 


Naar boven

EMAIL




















INHOUD

Afstammelingen van Bokkenrijders

ENTREE

Verzameld door John van Eekelen
Tekeningen Maaike van Eekelen

REGISTER