Naarder
Interrogatorien
Voor
Den WelEdele gestrenge
Heer en Mr. W.D.
Vignon
Lt. Hoogdrossard deses
Landts nomine officij
informant
Tegens
Gertruijd Bosch
gedetineerde
UEdele agtbare
worden gebeden de
voorzegde Gedetineerde naarders over
de naarvolgende artikelen te verhooren
en der selve eventuele respondeeringen
in geschrifte te redigeeren qua
facto Copije om etc.
|
                                          |
Personneele
verhooringe
gedaan
Ter Instantie van
Gertruijd
de Wel Edel
Gestrenge Heer en Mr. W.D.
Vignon Lt. Hoog Drossard
Nomine officii Informant
voor
Geertruijd Bosch Gedetineerde
over
Articulen van interrogatorien
ter Rolle geëxhibeerd
Vrijdag den 28 April 1775
Is voor ons ondergeschreven Schepenen van
Wegens den Heer Informant voornoemt gesis-
teerd de gedetineerde Gertruyd Bosch
en naar deselven op het serieuste te
hebben aangemaand de waarheid ge-
stand te doen, en over voorschreven
articulen gevraagd sijnde geant-
woord heeft.
|
|
1.
Of waar is dat ten tijde alhier in
detentie geweest is altoos gedetineert
is geweest op eene voorcamer
van den Lantshuijse
|
Art.1 Segt geduurende haar Detensie alhier
op den landshuijse geseeten te
hebben
op eene voorkamer met de
venster
aan de straat uijtkoomende.
|
|
2
Of waar is dat ter dier occasie
gelegentheijt gehad heeft, om
de vinsters naar den kant
van de straate te oopenen
en alsoo met den eenen of
anderen te spreken
|
Art.2. Verklaard voorleede Week eene venster
met eene reets opengemaakt te
hebben
en anders geduurende den tijd geene
van de Detensie geene venster
open
gedaan te hebben.
|
|
3
Of oock van die occasie gepro-
fiteert en met den eenen of
anderen gesproken heeft.
In cas van Neen van haar
te vragen of eens gesproken
heeft met de vrouwe van
Daniel Prevoost
In cas van Jaa te vragen
|
Art.3.
Segt van die occasie geprofiteerd te heb-
ben om met Anna Catrijn Dekkers
huijsvrouw van Daniel Provaas te
spreeken
en sulks op eenen naade middag
tusschen
vier en vijf uuren. Dat ter
dier occasie
haar gedetineerde suster Johanna Catrijn
Bosch bij deselve was en voor ged haar
op het Landshuijs een schoon
hembt
hadde gebragt, en sij
gedetineerde aan
haar voorsegde suster hadde
gevraagt hoe het
haar moeder maakte.
Voorts dat gemelde vrouw van Daniel Pro-
vaas tot haar gedetineerde had gesegt dat
het met haar niet wel gaan
soude en van de
vrouw van den jongen Bogman
sulks gehoort
te hebben. En sij gedetineerde
daarop
geandwoord had in gods naam.
|
|
4
Of gemelde huijsvrouw van
Prevost
Daniel Hollanders
aangesegt
heeft om den eenen of andere
als onder de bende gauwdieven
gehoorende te waarschouwen.
In cas van Jaa de namen der
selve van haar te vragen.
|
Art.
4. Wel waar te weesen dat gemelde vrouw van
Daniel Provaas gevragd had of sij
Gedetineerde
niet wist of haar oom Mathijs Reems
ook onder de bende gehoorde.
Dat deselve
voorts vraagde of sij verders
geene wist. Sij
gedetineerde sat vast, maar sij
vrouw van
Provaas konde nog wel iemand
waar-
schouwen. Waar op sij
gedetineerde hadde
geandwoord, sij wist sulks
niet, sij was
niet onder de Bende. Dat
bij dit gesegd
haar voorsegde suster al was
vertrokken
en gemelde Anna Catharina Dekkers
alleenig nog op straat was
blijven staan.
|
|
5
Van haar te vragen hoe en op
wat wijze ter haarer kennisse
gekomen is dat voorszegde persoonen
onder de bende nagtdieven
souden gehooren.
|
En ex officio aan deselve gevraagd
of sij niemand genoemd had om
te waarschouwen, heeft
geantwoord
van Neen en dat sij geene
Complice
der bende kende.
Art. 6 Cessat
|
Cetera suppleat
æquissimus
judex in en op alles etc.
Imploreerende
C.L. De Limpens
1775
|
Het welk nogmaels aan de
gedetineerde
voorgeleesen sijnde, heeft
verklaard
hier bij te blijven
persisteeren
ten eijnde deese geteekend
Geertruij Boosch
Nobis presentibus
A.
Wilmar PVandenHeuvel
|