|
Personeele Responsiven onder
Scherper Examen gedaen
Ter Instantie
Van den Wel Ed.Gestr. Hr. Lt.Hoog
Drossart des Lands Valkenburg
nomine Officii Informant
Door
Geertruij Bosch
Gedetineerde
Over
D'Artikulen Interrogatoir op heeden
ter Rolle Geëxhibeert
Jovis den 23
Meert 1775 hora semi undecima
Is gesisteerdt van weegens den Heer
Informant voornoemde de Gedetineerde Geertruij Bosch de welke
aengemaendt sijnde de Waerheijdt gestandt te doen en
gevraegt over voorschrreven artikulen bij de negatieve
was verseerende.
Waeromme 't vonnis van Scherper Examen aen de selve
voorgeleesen en de territie op't sterkste gedaen en
voortvarende is den selven op den Stoel van tortuur
gebonden en de Duijmschruijve geappliceerdt
en voortvarende is quartier naer elf uuren de
regter scheenschruijve geappliceerdt en also de selve
flauw wierde is sij in momento afgelaeten en om half
twaelf uuren weer opgeset.
Wanneer segde dat sij bij den Diefstal op den
Schaesberg niet had kunnen weesen nadien sij maer
twaelf Jaeren oudt was.En dat ten tijde van den
diefstal begaen bij bij Frissen
in Geenhout, sij te Maestricht woonde
in de wijnkelder.
Wanneer op vaste belofte van de waerheijdt gestandt
te doen afgelaten is geworden.
Afgelaeten sijnde heeft verclaerdt meede
geassisteerdt te hebben bij den diefstal begaen
1. op den Schaesberg 2den diefstall
2. aen Geenhout bij Frissen
En gevraegt sijnde over voorschreven artikulen
niets verder wilde bekennen, waeromme quartier voor
twaelf uuren de regter scheenschruijve weer opgeset is
geworden, wanneer verclaerde:
Art.1. te gehooren onder de bende nagtdieven
daertoe verleijdt te weesen door desselfs vader, en
wel dat den selven haer seijde om meede te gaen.
Art.2. plichtig te staen aen de Diefstallen begaen
1. op den Schaesberg
2. bij Frissen in Geenhoudt
Art.3. Dat complicen sijn en tot hunne bende
gehooren
•• 1
Gerrit Bakbier
••
2
Stas
,,
••
3
Hendrik ,,
•• 4 Nijst
,,
•• 5 Gerrit Sijben
•• 6
Renier
,,
•• 7 Anth. Emandts
•• 8 Hendr. Tommaes
•• 9 Matthijs Boormans
•• 10 Nicl. Reemps
•• 11 Daniel Hollanders
•• 12 Chrst. Ramakers
•• 13 Nijst Nijsten
•• 14 Matthijs Emants
•• 15 Stephen Meeuwissen
•• 16 Christ. Vlekken
•• 17 Wilm Willems
•• 18 Wilm Habets
•• 19
Andries Smeets
•• 20 Wilm Adriaens
(van Aelbeek)
•• 21 Joannes La Haie (
,,
,, )
•• 22 Arnold Hermans (
,,
,, )
•• 23
Lambertus Heijen
van Meggelen t'huijs
gewoondt hebbende bij den gouverneur van
Nameur voor knegt ... segt d'Hr. Hertels
•• 24 Den
Chirurgijn Kerkhoffs van
Hertogenrade
•• 25 desselfs
broeder van Mercksteijn
•• 26 Anthon Bosch desselfs
vader
En verder niets willende bekenne is om half een uur
de regter scheenscruijve opgeset geworden.
En niets willende bekennen is een quartier voor een
uure den gedetineerde van den Stoel van torturen
afgelaeten.
Met verderen ondervraegen ge gesupercedeert tot
naerdemiddag en heeft de gedetin. bij derselven
responsieven gepersisteert en deeze Geteekent
Geertuijg Boosch
Nobis præsentibus
J.
Theod.van Craen P.VandenHeuvel
J.Wateler A.Wilmar J.L.Wintgens
G.J.van Gendt J,B, van
Hotzhuijsen
Continuatio post
meridiem eodem die hora semi tertia
Is wederom gesisteerdt van weegens den
Heer Informant voornoemd de Gedetineerde Geertruij Bosch dewelke
aengemaendt sijnde de waerheijdt gestandt te doen en
gevraegt over voorschreven artikulen niets te kunnen
seggen naerdien niets en wiste Dat sij alles hadde
moeten seggen om niet gepeijnigdt te worden.
Waeromme deselve op den stoel van tortuur gebonden
en vijf minuten voor drie uuren de regter
scheenschruijve geappliceerdt geworden en quartier
naer drie uuren de linker scheenschruijve, als wanneer
bekende pligtig te staan aan de Diefstallen hier
vooren gemelt.
Art. 4. Soo al voorseijt, plichtig te
staan aen de Diefstall begaan in den Jaare 1760 ten
huijse van Joannes Frischen
in Aretsgenhout.
Dat daarbij heeft sien assisteeren Gerrit Sijben, Reinier Sijben,
den Jongen, Gerit Packbier,
Stas Packbier Anton Emands, Hendrick Tommaes, Matth.
Bormans, Christiaen Raemeekers Nijs Nijsten, Steven
Mevissen, Christ. Vlecken, Willem Willems, Will.
Habets, Willem Adriaens, Joannes La Haije, Arnoldus
Hermens, den chirurgijn Kerkhoffs, desselfs Broeder
den Schoenmaeker van Merckstein, Anthon Bosch, en meer andere
aan haar onbekent.
Dat sij gedetineerde soo als voorseijt tot de
Bende door haaren vaeder is vervoert geworden, en
vervolgens aan haar door den selven tot voorsz.
Diefstall den eersten aanslag gegeeven heeft, s'daags
voor den begaanen Diefstal ten huijse van haaren
vaeder, alwaar de gedetin. doenmaals woonde, tot haar
seggende, gij moet eens meede naar Genhout gaan,
alwelk de gedetineerde te doen geaccepteert heeft, en
soo volgens met haaren vaeder, Gerit
Packbier, Gerit en Reiner
Sijben, en Stass
Packbier s'avonds omtrent elf uijren gegaan
is naar Aretzgenhout, hunnen weg neemende langs den
Lommelenberg, door den gemeenen weg tot in
Aretzgenhout.
27 Alwaar koomende alnog gesien
heeft seekeren Jood Nathan
en dan
28
Willem vilder gewoont hebbende
op den Lommelenberg, gesaamen-
derhand aangegaan
sijn tot aan het huijs van Joannes
Frischen.
Dat d'andere Complicen, soo sij vermeent
de deure van het huijs met een ploegkouteren
geforceert hebbende in huijs gegaan sijn en de daarin
weesende menschen op eene Crueele wijse gebonden en
deerlijk mishandelt hebben.
Verklaerende sij gedetineerde, dat alsdoen door
Compassie beweegt sijnde, het huijs uijtgegaan is, en
in de weijde daar naast geleegen heeft blijven staan
tot daar aan d'andere meedemackers alles gestoolen
hadden.
Alswanneer de gedetineerde van haaren vaeder, bij
haar koomende, gevraagt heeft of hij ook het gouden
kruijs van de huijsvrouw van Frischen
gevonden hadde, t'welk gevraagde door haaren
vaeder met Jae beantwoord sijnde, sij gedetineerde
gerepliceert heeft, daarover wel tevreeden en blij te
weesen.
Dat sij gedetineerde beneffens d'andere Complicen
denselven weg geretourneert sijn, alwelken in het
daarheenen gaan genoomen hadden, weesende alsdoen
haaren vaeder, Gerit Packbier,
Geret Sijben, den Jood
Nathan en den vilder Willem
met Packen belaaden, alwelke in haars vaeders huijs
gebrogt en in de kelder verborgen, egter den selve
nagt door de Jooden weggebrogt en soo sij meent
verkogt sijn geworden.
Dat luttelen tijd daernae dat in haars vaeders
huijs geretourneert waeren eenige uijt Aretzgenhout
waaronder seekeren Mees aan
hun huijs sijn koomen kloppen, en gevraagt hadden, of
de Jooden daar waren.Dat haaren vaeder sulx met neen
beantwoort hebbende, aan hun kloppende vraegende om in
te koomen geantwoort heeft, dat hij soo laat in de
nagt niet oopen deede.
Dat in tusschen tijd, de voorsz. in huijs weesende
complicen gesoupeert hebben, en daarnaar alk naar sijn
Huijs gegaan is. Dat de
moeder van haar gedetineerde, bij hun retour aan hun
de deure geoopent hebbende, het Pack uijt handen van
haaren vaeder genoomen, en in de kaamer gebrogt heeft,
waarnaar deselve het avondeten voor voorsz. complicen
verveerdigt heeft.
Sijnde de gedetineerde bij die occasie
gekleed geweest in haare ordinaire vrouwe kleederen,
en gewaepent met eenen stock, haaren vaeder, Gerit Sijben en Stass Packbier met
snaphaenen, de verdere met stocken en schietgeweer.
Hebbende de gedetin. uijt handen van haaren vaeder
eenige daagen naar den begaanen Diefstall ontfangen
agt schellingen, weetende voor het overige geene
verdere omstandigheden wegens voorsz. Diefstall op te
geeven doordien de gedetineerde haar uijt het huijs
van Joannes Frischen
geretireert heeft gehad.
Verders als voor pligtig te staan aan
den geweldigen Diefstall begaan op den Schaasberg in
den Jaare 1760 ten tijde aldaer twee eremieten
waeren.
Dat sij gedetin.daerbij heeft sien assisteeren
Nijst, Stas, Gerrit en Heijn Bakbier, Gerrit en
Reinier Sijben, Daniel Hollanders, Anthoon Bosch,
haers gedetineerdes vader.
Ex officio gevraegt sijnde ofte niet
wiste waer haer vader thans was ofte wie hem
weggebragt hadde, heeft sij gedetineerde verclaert
niet te weeten waer hij thans was, dat hij door sijn
Neef de jonge Dieudonné was weggebragt
geworden, aen dewelke de jonge, -of advocaat,- Pelt hadde gesegt dat haer
vader onder de bende was, dat hij Dieudonné hem moeste
wegdoen. (addendo segt dat hij hem anders haelen
moeste).
Dat Joannes Budé
en zijn broer Fransus tot
haeren t huijse gekomen sijn en tot haer vader gesegt
hebben dat sijn Dogter, namentlijk de vrouw van Joannes Budé, niet wel
was, dat hij Anthoon Bosch
met haer beijde bij deselve tot Hulsberg alwaer sij
woonde soude gaan. Dat haer vader sulxs niet willende
doen, sij beijde hem met geweldt naer Hulsberg hebben
meedegenomen.
Wordende sij Gedetineerde des anderen daags naer
de familie gesonden om te hooren of sij daer iets van
wisten, sij te Maestricht komende, was Dieudonné reeds uijt
om haer vader aftehalen.
Dat denselve met een wit paerdt naer Hulsberg is
toegeaen en hem heeft weggehaeldt, brengende hem door
Meersen op de Smeermaes, vanwaer hij hem des avonds in
de Stadt gebragt heeft en aldaer drie a vier daegen
verborgen heeft en hem toen over de heijde heeft
weggebragt.
Sonder dat sij gedetineerde ofte iemand van de
haere weet waer naer toe als dat Dieudonné tot haer
gesegt heeft, als iemandt naer hem vraegd segt dat hij
naer Batavia is.
Dat de beijde Budées
sulxs gedaen hebben doordien Dolmans aen haer was komen
seggen dat sij Anthoon de
Glaser moeste wegdoen nadien hij verclapt was.
Dat hij Dolmans sulxs
hadde uijt den mondt van d'Heer Boeijmans,
dewelke toen ter tijdt op't vercoop van den Pastoor
was, ende welke sij donken hadden gemaekt om sulxs te
weeten. Dat sij hem hadden gevraegt of niemandt uijt
de Heek verclapt was, hij heer Boeijmans
beschonken sijnde, gesegt soude hebben: ik heb
van Anthoon Bosch den
Glaeser hooren spreeken.
Dat sij gedetineerde ofte haere moeder t'sedert
dien tijdt niets van hem gehoordt hebben.
Dat sij gedetineerde en haer moeder aen
Dieudonné naderhandt gevraegt hebben waer hij
was, of hij nog leefde nadien sij geen tijding van hem
kreegen, haer tot antwoord wierde gegeeven, hij is te
wijt weg gesden(?) kunt geen briefen van hem krijgen.
Verder
dat nog bij den diefstal geassisteerdt hebben Matthijs Boormans,
29 Anth. Emands, Lins Schoutteten, Willem
Willems, Willem Habets,
Andries Smeets
en meer andere.
Nadien de Gedetineerde haer onschuldt
wilde voorbrengen en d'Heer Med. Dr. absent was, is
met verdere ondervraging gesupercedeert en segt de
Gedetineerde alles wat sij gesegt hadde van waer te
weesen, behalven het gesegde ontrent het wegvoeren van
haer vader, en heeft naer voorleesing hierbij blijven
persisteeren, ten eijnde teekent
Geertuij
Booch
Nobis præsentibus
half seven uijren
J. Theod.van Craen
J.Wateler
J.L.Wintgens P.VandenHeuvel
J,B, van Hotzhuijsen A.Wilmar
|
|