DOCUMENTEN BOKKENRIJDERS


PROCESSTUKKEN

Entree      Documenten      Processtukken      Antwoorden verhoor

Ondervraging Emond Smeets — 's Gravenhage 10 november 1777
BHIC 's-Hertogenbosch — Raad van Brabant 447.0268

                        




                             Pro Fisco

     Articulen gedaan maken,
en den Edele Rade en Leenhove
van Braband en de Landen van
Overmaze overgegeven, door off
van wegen den Procureur
Generaal van Braband en de
voorschreven Landen, eerst—
Impetrant van Mandement
Crimineel met de Clausulen van
authorisatie.

          Omme daarop te horen
          Ewout Smeets
          gewoond hebbende te
          Heerle, Lande van
          Valkenburg Overmaze,
          gevange op de Voorpoorte
          alhier in den Hage

     En te vragen:


    

De gevange zegt genaemt te zijn
Emondis Smeets, out sestig a
een en sestig Jaer, geboren in
't Land van Gulick te Brakel
dicht bij Linnich.


     Art. 1.
Zijn gevangens Naam, Ouder-
dom en geboorteplaats ?



De gevange zegt zijn ouders vroeg
verloren te hebben, en dat zijne
Zuster woonachtig is tot Heerle,
aen welk huijs hij dertien Jaren oud
zijnde, is komen woonen, dat hij bij
aanhoudenheid daer gebleven is,
zijnde alleen ontrent het jaar 1740
getrouwt, en kort daarna in dienst
van een boer ( ?) geweest, dat hij
onder het Regiment van Elias
en naderhand onder dat van Graaf
Maurits heeft gedient en in't veld is
geweest, dat hij vervolgens te
Amsterdam voor metselaersknecht,
gedurende ses jaer en seven maenden
heeft gewerkt gehad, dat hij daerna in
de Fijnaert en daeromstreeks
boerenwerk heeft gedaen, en dat hij
voorts weder na huijs is gericht, en
bij zijn vrouw thans nog in leven, te
Heerle gebleven is, gaende somers
na Holland werken en s'winters thuijs
zijnde. Zegt wijders niet beter te
weeten, dan dat hij in de maand april
1773 in Holland is geweest.

          2.
Off hij gevange tot het laast van de
de maand april van den jare 1773.
niet heeft gewoond te Heerle
Lande van Valkenburg Overmaze ?



Beantwoord ad Art. 2.

          3.
Waarmede hij gevange aldaar de
kost heeft gewonnen ?




De Gevange zegt, dat hij in het najaer
1773. na zijne woonplaets teruggekomen
zijnde, door zijne vrienden vernomen
heeft het voorgevallene van den brand,
te Valkenburgh als mede dat men hem
Gevangenen nagaf, daeraen schuld te
hebben, en hem wilde bewegen, om
uijt dien hoofde zich te absenteeren,
dat zijne wederkomst is geweest omtrent
een week of vier voor St. Maerten, dat hij
reeds voor zijn terugkomst van wegens
de Justitie gepackt zijnde, en ook gedu-
rende zijn verblijf te Heerle nagespoort
zijnde geworden, op bovengemelde aen-
houden zijner vrienden zich vandaer
heeft weggemaekt na een kort verblijf
van twee a drie dagen, en dat hij zedert
dien tijd ook in Zeeland gewerkt heb-
bende nu vijf weeken voor zijne Appre-
hensie was thuisgekoemen en gebleven,
meenende niet te behoeven vluchten.


          4.
Wanneer hij gevange zijn gemelde
Woonplaats heeft verlaten ?



De gevange zegt ja, doch niet
veel te besitten, dat zijn Zoon
op't Spaensche destijds woonde,
en dan getrouwd was.


          5.
Off hij gevange te Heerle heeft
agtergelaten zijn Vrouw, en de
goederen die hij diestijds bezat ?



De gevange zegt ja, zoo veel hij weet.

          6.
Off zijn gevangens Vrouw te Heerle
tegenswoordig nog is woonagtig ?




Beantwoord.

          7.
Om welke redene hij gevange
zijn voorn. Woonplaats, met agterla-
tinge van zijn Vrouw en goederen,
heeft verlaten gehad ?




Beantw.

          8.
Op welke Plaatsen hij gevange,
zedert het verlaten van zijn
Woonplaats tot dat hij nu onlangs
te Heerle is ontdekt en geappre-
hendeert, zig heeft opgehouden ?




Beantw.

          9.
Waarmede hij Gevange in dien
tusschen tijd de kost gewonnen
heeft ?




De gevange zegt Ja en dat men teffens
bij zijn vrouw is geweest om hem gevan-
genen daer van kennis te geven, gelijk
gescheid is, dat zijn vrouw hem ook
in't najaer 1773. daervan de tijding
gegeven heeft.

          10.
Off hij gevange in het jaar 1773. en
1774. niet tot viermalen toe bij
klokkeslag te Heerle, van
wegen den Procureur Generaal
van Braband is ingedaagt, om
in persoon te Compareren ter
Rolle van desen Rade alhier in
den Hage ?




De gevange zegt, door zijn zwakheid,
en op't sterk aenraden zijner vrienden
niet gecompareert te zijn.

          11.
Om welke redenen hij gevange
op die gedane Dagvaardingen
niet is gecompareert ?




De gevange zegt, dat hij Gevange niet
geweeten heeft, dat hij gebannen was,
maer dat een der Assistenten van de
Drossaart hem nu bij zijne apprehensie
zulks verzekert heeft.

          12.
Off hij gevange vervolgens niet bij
Sententie van desen Rade, van
dato 3 November 1774. is gebannen
ten Eeuwigen dage uit den Her-
togdomme van Braband, ressort
van Overmaze, Partage van Hun
Hoog Mogende, op poene dat hij
daar weder inkomende, zwaarder
zoude worden gestraft; met
Confiscatie van zijn goederen,
en Condemnatie in de kosten en
misen van Justitie, als mede
van den Processe ?




De gevange zegt ook niet geweeten te
hebben, dat er iets tegens hem was
aengeplakt, en vermits hij zich
opgehouden heeft in't Land van
Gulick, zulx nooijt te hebben gesien.

          13.
Off een Copie dier Sententie Binnen
Heerle niet is gepubliceert en
aangplakt, ter plaatse alwaar
men aldaar gewoon is publicatie
en affixie te doen ?




De Gevange zegt niet te hebben
geweeten, dat hij gebannen was,
en dat hij mitsdien niet wederom
mogt komen.

          14.
Off hij gevange het voorschreeve
binnissement niet heeft over-
treden en weder te Heerle is geko-
menin het Huijs, voorheen bij
hem gevange bewoond ?




De Gevange zegt wel te weeten,
dat er veele zijn gevangen genomen,
maer niet te weeten, welke hunne
misdaden geweest zijn.

          15.
Off zedert het laast van den Jare
1772.  en Vervolgens, zoo te Heerle
als Valkenburg niet Crimineel
is geprocedeert tegens een groot
aantal personen, Ingesetenen van
den Lande van Valkeburg, welke
aldaar, wegens gepleegde Diefstal-
len, Huijsbraken, Kerkroof en
andere sware misdaden, met de
Dood zijn gestraft ?




De Gevange zegt nooijt lid van
die bende geweest te zijn.

          16.
Off hij Gevange niet is geweest een
Lid off Complice van de Bende
gauwdieven, waarvan die geëxecu-
teerdens mede Leden zijn geweest ?




De Gevange zegt, dat indien hij daer
van beschuldigt is, zulks valscheid is.

          17.
Off hij gevange niet medepligtig is,
en geadsisteert heeft aan, en bij
verscheijde geweldadige Diefstallen,
met Huijsbraken verselt, en
andere misdaden, door Leden dier
Bende gepleegt ?




cessat

          18.
Welke Diefstallen, Huijsbraken en
andere Crimineele misdaden hij
Gevange met Leden dier Bende
gepleegd heeft ?




cessat

          19.
Welke personen aan elk derselve
misdaden medepligtig zijn geweest?




cessat

          20.
Hoe de Namen zijn van degeene,
welke buijten hem Gevange tot
gemelde Bende hebben behoord ?




De gevange zegt, dat hij jaarlijks gewoon
was voor de Paesschen na Holland
te verrijsen, en dat hij in't jaer 1772
in't Land van Zirkzee in de pol-
der al vroegtijdig gewerkt heeft, dat
hij in dat jaer alvorens bij Willem-
stad vier weeken heeft gewerkt gehad
bij een boer genaemt Aij Punten, en
vervolgens zich na't Land van Zirkzee
begeven heeft, dat hij aldaer aen
't afrijven der Mee zich heeft bezig
gehouden, eerst bij eenen boer die
Jan Keessen of ook wel Kees Janssen
genoemt word, en naderhand, bij den
Schout van Noordwelle ook gewerkt
heeft. Dat bovengem. boer ontrent
Nieuwkercken en Moriaanshoofd
woonachtig is, dat hij vervolgens
de Tarweoogst gekomen zijnde,
op het Veld bij de Zuster van gemelde
Schout gewied heeft; en vervolgens,
het saijsoen verlopen zijnde, na huijs
is gekeert. Dat hij gedurende de
gemelde eerste vier weeken bij
gemelden Punten, woonende op de
Willemstadderdijk gewerkt heeft.

          21.
Waar hij Gevange is geweest ten
tijde doen de Stad Valkenburg op
Dingsdag den 27/e April des jaars
1773. voor een groot gedeelte is
afgebrand ?



cessat

          22.
Off hij Gevange dien Dag binne
Valkenburg niet is geweest, ter-
wijl de Huijsen binnen gemelde
Stad in brand stonden ?




cessat

          23.
Wat hij Gevange dien Dag binnen
gemelde Stad gedaan off verrigt heeft?




De Gevange zegt niets anders ervan
te weeten, dan van horen zeggen, en dat
men hem geene bijzonderheden daar
van verhaelt heeft, alleen dat de stad
in brand gestoken was, en men hem
daer mede belastte.

          24.
Hoe en op welke wijze dien brand
is ontstaan ?



De Gevange zegt, dat zijn zwager
Hendrik Krijten destijds te Valken-
burg gevangen zat, en kort bij hem
Gevangene gewoond heeft.

          25.
Off ter dier tijd op het Landhuijs al-
daar onder andere personen niet
gevangen heeft gezeten zijn
Gevangens Zwager, Hendrik
Krijten, als een medepligtige dier
Bende ?




De Gevange zegt, dat zoo hij gevange
gehoort heeft, zijn Zwager met
de koorde gestraft is.

          26.
Welke Straffe hij ondergaan heeft ?



Beantw.

          27.
Off hij Gevange, korten tijd na dat
die brand in gemelde Stad geweest
is, het Land van Valkenburg
niet is uijtgevlugt ?




De Gevange zegt, met Johannes
Penders wel te hebben gegeten en gedronken
en te meermalen gesproken te hebben, maer
niet anders, dan van boerenwerk en nooijt
over gevangens of diergelijke.

          28.
Off hij Gevange des Vrijdags voor dat
in gemelde Stad die brand is ge-
weest, met Joannes Benders
niet heeft gehad een gesprek
over de gevangenen tot Valken-
burg ?




Cessat

          29.
Waarin dat gesprek heeft bestaan?




Cessat

          30.
Off hij Gevange met voornoemde
Johannes Benders niet heeft
gesproken over de middelen, om
den gedetineerden Henricus
Krijten uit de gevankenisse te
verlossen ?




Cessat

          31.
Off hij Gevange alstoen niet heeft
gesegt, dat de beste middelen
zoude zijn, om Valkenburg in
den brand te steken ?




Cessat

          32.
Hoeveel geld off goederen hij
Gevange gesegt heeft, daarvoor
te willen geven ?




Cessat

          33.
Wat hij Gevange nog al verder met
voorsz. Johannes Benders deswe-
gens afgesproken heeft ?




Niet gevraegt.

          34.
Off hij Gevange niet met raad of
daad behulpsaam is geweest aan
de Brandstigtinge te Valkenburg
waardoor die Stad voor een groot
gedeelte is afgebrand ?




De Gevange zegt niets daer
van te weeten, of vernomen
te hebben.

         35.
De Gevange zegt niets daer
van te weeten, of vernomen
te hebben.








Aldus voor het volle Collegie op de voorschreve Articulen ter præsentie en requisitie van de Procureur Generael gehoort de voornoemde Emundus Smeets, Gevange op de Voorpoorte alhier, en heeft dezelve, nadat hem de voorschreven Artikulen en responsiven iterative en distinctelijk waren voorgelesen, bij den inhoud dezelver gepersisteert en deeze ondertekent. Actum in den Hage op de Voorpoorte den 10en November 1777.

          Dit is het merk + van Emondis Smeets, verklarende niet anders te kunnen schrijven.

                              Mij præsent
                                 P.I.Spaalh












Naar boven

Email









































INHOUD

Afstammelingen van Bokkenrijders

ENTREE

Verzameld door John van Eekelen
Tekeningen © Maaike van Eekelen

REGISTER