Bokkenrijders en hun afstammelingen



Entree

Inhoud

Register

Email



Schorens


500

't Scheuerke, boer en dagloner in Thull, gefolterd, executie 1743

...Johan SCHORENS (1692-1743) x Ida VAN DE WEIJERS





Joannes Catsberg jr.

Houb
Palmen


Lins
Knoren


Melser Bemelmans

Jan Schorens (Schoerkens), genaamd 'het Scheuerke', wordt 6 juni 1692 gedoopt  in Schinnen als zoon van Wijnand en Catharina Kobben. Hij woont in Thul onder Schinnen en verdient de kost als landbouwer (eigen Land?) en als dagloner.
Hij trouwt (in 1725?) met Ida van de Weijers, die hij zelf Anna van Vivre noemt. Voor zover bekend geen kinderen uit dit huwelijk.
Jan wordt beticht van medeplichtigheid aan verscheidene diefstallen, aangehouden en opgesloten in kasteel Ter Borgh op 9 nov. 1743 (of misschien 14 nov.). Hij wordt 21 november verhoord en daarna volgt confrontatie met Joannes Catsberg jr.*. Bij het scherp verhoor van 2 dec. na de duimschroeven en één scheenschroef opgekregen te hebben, bekent hij alles waarvan hij beschuldigd wordt. Bovendien bekent hij, volgens het gerecht uit eigen beweging, samen met Houb Palmen*, Lins Knoren* en Melser Bemelmans* ene Lambert Philippens, gewoonlijk 'den duijveken' genoemd, vermoord te hebben. Ook bij de recollectie van 5 dec. wordt dit nog eens nadrukkelijk vermeld.
In dit verband is het belangrijk om op te merken dat Gertruid Crans, de vrouw van Houb Palmen, die in beroep is gegaan tegen het gerecht van Hoensbroek in november, hierna aan de Raad van Brabant laat schrijven, dat 'Secretaris Horsmans naer Schinnen geloopen is geweest alwaer oock ses a seven gevangenen sijn (apparentelijck van sijnen principael gesonden) wanneer eenige Criminelen aldaer gepeijnight sijn geworden ende aldaer oock soo veele te wege heeft gebracht dat den man der suppliante soo men hoort seggen door eenen der selve op de torture van eenige bagatellen soude beschuldight sijn geworden'.
Bij het vonnis van 14 dec. wordt Jan veroordeeld om gewurgd te worden en dat zijn lichaam op een rad te pronk zal blijven staan. Deze terechtstelling vindt plaats op 17 dec. 1743 aan de Danikerberg onder Schinnen.
Wat met Ida van de Weijer gebeurd is, is niet bekend.

Opmerking: De Raad van Brabant vraagt zich later af waarom er niet gezocht is naar het lijk van Lambert Philippens aangezien er toch verklaringen zijn afgelegd waar dat begraven is.


ZIE VERDER:

— Documenten: in Scherp examen Joannes Catsberg jr. 8 nov. 1743
..........Verhoor 21 nov. 1743
..........In: Scherp verhoor Hendrik Witmaeckers 25/26 nov. 1743
..........Verhoor onder foltering 2 dec. 1743
..........Recollectie scherp verhoor 5 dec. 1743
..........Request van Geertruid Krans, vrouw van Houb Palmen
..........Overzicht van door Jan beschuldigde personen 1744
..........Stuk uit de bank Hoensbroek juni 1744

— LIT. - H.Pijls 'De Bokkenrijders met de dode hand' (1924) p. 18, 25, 29/30, 39/41, 44, 48, 117
...- A.Welters 'Uit Valkenburgs verleden' (1968) p. 145
...- Ramaekers & Pasing 'Bokkerijders' (1973) p. 63
...- A.Blok 'De Bokkenrijders' (1991) p. 196/7, 257, 261 [bekende gegevens]
...- F. van Gehuchten 'Bokkenrijders. De schande van Limburg I' (2013) p. 156/8. 'Deel II (2014)' p. 236

© Maaike van Eekelen


««
Boven »»





















INHOUD

Afstammelingen van Bokkenrijders

ENTREE

Verzameld door John van Eekelen
Tekeningen © Maaike van Eekelen

REGISTER