Bokkenrijders en hun afstammelingen



Entree

Inhoud

Register

Email



Hochkirchen


254

Caspar Hoogkirchen, kolengids in Kohlscheid, vrijgelaten 1745

•...Casp. HOOGKIRCHEN (1704-61) x Kerkrade 1725 Anna CREMERS (1697-1761)
|----•...Mar. Mech. HOOGKIRCHEN (1728-79) x Kerkrade 1764 Arn. DOHM (-1773)
|----•...Wil. HOCHKIRCHEN (1731-90) x Kerkrade 1761 Mar. Cath. OFFERMANS (1740-1813)
|----|----•...Mar. Jos. HOCHKIRCHEN (1766-1804) x Kerkrade 1790 Joh. Jos. KOCKELKORN (1759-1815)
|----|----|----•...Petron. KOCKELKORN (1802-) x Kerkrade 1820 Joh. Petr. J. SPIERTS
|----|----|----|----•...Magd. Kath. SPIERTZ (1836-) x Stolberg 1865 Serv. HAGEN (1839-)
|----|----|----|----•...Heinr. SPIERTZ (1839-) x Stolberg 1867 Mar. Jos, SCHIRP (1843-)
|----|----•...Joh. Jos. HOCHKIRCHEN(1768-) x Kerkrade 1794 Mar. Cath. SENDEN
|----|----•...Petron. HOCHKIRCHEN (1772-) x Kerkrade 1795 Mart. PIFFER (1768-1802)




Caspar Hoogkirchen is circa 1704 geboren en zowel het Rijk van Aken als Köln-Deutz worden als geboorteplaats genoemd. Sinds zijn huwelijk woont hij in Kohlberg onder Kerkrade; verdient de kost als bakker en als kolengids.
Hij trouwt 11 febr. 1725 in Kerkrade Anna Cremers, gedoopt aldaar op 20 juni 1697 als dochter van Petrus en Mechtildis Savelberg. Uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren tussen 1722 en 1737, waarvan er drie jong sterven.
Gevangenen uit Kerkrade die in sept. 1743 onder foltering werden ondervraagd hebben vele plaatsgenoten 'gedenuncieert ... die welcke mede plichtigh ende handdaedigh sijn geweest aen verscheijdene inbreucken, knevelerijen ende dieffstaelen'. Op grond hiervan wordt 28 sept. een arrestatiebevel goedgekeurd voor dertien mannen en één vrouw uit Kerkrade en Caspar is een van die personen. Zijn vrouw laat een bezwaarschrift opstellen en probeert dat aan te bieden aan de schepenen van Kerkrade, maar die weigeren het aan te nemen. Vervolgens protesteert zij schriftelijk in Brussel bij de Raad van Brabant (Oostenrijks gebied). Daarin beklaagt zij zich dat haar man gearresteerd is, die 'staende ter goeder naeme ende faeme' is. En verder dat schout en schepenen de wettelijke procedureregels niet aanhouden. Bij decreet wordt 23 mei 1744 bepaald dat de schepenbanken voortaan verplicht zijn bij twee advocaten van de Staten van Overmaze advies in te winnen bij criminele zaken. Voor Caspar heeft dat kennelijk tot gevolg dat hij snel is vrijgelaten, waarschijnlijk in sept. 1744.
Anna Cremers wordt op twaalf jan. 1761 begraven in Kerkrade en Caspar vijf dagen later op de zeventiende.


ZIE VERDER:

— Documenten: Arrestatiebevel 28 sept 1743
..........In: Scherper examinatie Joannes Mertens 30 okt. 1743
..........Pogingen om een verzoekschrift in te dienen 2 nov. 1743
..........Protest van vrouw Anna Cremers
..........In: Recollectie Joannes Mertens 12 dec. 1743
..........In: Protocol scherper examen Joannes Rehaen 30 jan. 1744
..........In: Recollitie Joannes Rehaen 3 feb. 1744
..........Besluit uit Brussel 23 mei 1744
..........In: Stuk uit de bank Hoensbroek juni 1744
..........Staat gerechtskosten

— LIT. - W. Gierlichs 'Bokkerijders in 't voormalig land van 's Hertogenrode (1940) p. 17
...- Ramaekers & Pasing 'Bokkerijders' (1973) p. 55
...- L. Augustus 'Vervolgingsbeleid en procesvoering' (1991) p. 117/8, 125, 130/1[arrestatie en protest echtgenote]
...- A.Blok 'De Bokkenrijders' (1991) p. 63, 85, 194, 196, 198, 242 [samenvatting], 390, 403
...- O. Willems 'Die Bockreiter, Korrektur einer Legende' (1991) p. 72/3 [gerechtskosten]
...- F. van Gehuchten 'Bokkenrijders. De schande van Limburg I' (2013) p. 131/2, 134, 168/9, 177/8, 181.
..........'Deel II (2014)' p. 217, 234

© Maaike van Eekelen


««
Boven »»





















INHOUD

Afstammelingen van Bokkenrijders

ENTREE

Verzameld door John van Eekelen
Tekeningen © Maaike van Eekelen

REGISTER